Logo Utrecht University

Dramaturgy Database

Achtergrondinformatie Hedda Gabler

Achtergrondinformatie over *Hedda Gabler* van Henrik Ibsen voor een productie van De Theatercompagnie (2002). Korte typering door Berthe Spoelstra: “Degelijk dramaturgenwerk door een dramaturgiestagiaire, in de voorbereidende fase van *Hedda Gabler*.”

Download

Kiki Rosingh

Een beschouwinp van Hedda Gabler in de tiid van Henrik Ibsen

 

Compositie

Henrik Ibsen (1828-1906) schreef zijn Hedda Gabler in de zomer van 1890. Het toneelstuk wordt vaak gekoppeld aan een van zijn vroege werken, De Vikingen in Helgeland (1857) , waarmee het veel parallellen vertoont. De Vikingen in Helgeland speelt zich af in het noordelijkste puntje Noorwegen in de 1Oe eeuw. Net als in Hedda Gabler draait het in dit stuk ook om een verwoestend verlangen naar een ander leven. Voor de hoofdpersoon Hjordis is dit het romantisch verlangen naar een held. Ooit kreeg zij een visioen van een immense witte beer. Allen hij die deze beer zou overwinnen, mocht met Hjordis trouwen. De nette, galante, maar onheldhaftige jongeman Gunnar slaagt hierin en niet veel later trouwt Hjordis met hem. Zij blijft echter dromen van haar grote liefde Sigurd, de woeste, sterke held. Sigurd heeft echter op zijn beurt zijn eeuwige trouw beloofd aan de zachtaardige, beeldschone Dagny. Gedurende een gastmaal probeert Hjordis een gevecht op te wekken tussen haar echtgenoot Gunnar en haar held Sigurd. Dagny springt echter tussenbeide en verklapt dat het niet Gunnar was die ooit de grote witte beer versloeg, maar dat zijn pleegbroer Sigurd het gevecht voor hem aanging. Niet veel later verklaren Hjordis en Sigurd elkaar de liefde. Hjordis probeert Sigurd over te halen om de laffe Gunnar te doden, maar in plaats daarvan daagt hij Gunnar uit tot een gevecht. Alleen Sigurd weet echter dat als hij wint Hjordis hem, volgens de oude wetten der bloedwraak, zal moeten doden. Hjordis doet dit, erin gelovend dat zij alleen in de dood samen kunnen zijn. In het laatste bedrijf raakt zij hem met haar pijl en boog. Vlak voor zijn sterven onthult Sigurd echter dat hij Christen is geworden en dat zij, als heiden, hem nooit zal kunnen weerzien na de dood. Hjordis slaat dan wanhopig de hand aan zichzelf.

Niet alleen thematisch vertonen Hedda Gabler en De Vikingen in Helgeland veel parallellen, maar ook gelijken zelfs bepaalde scènes uit de twee stukken zeer sterk op elkaar. Zo schreeuwt Dagny in het 2e bedrijf, net als Thea Elvsted in Hedda Gabler, om hulp (‘laat me gaan!’), wanneer Hjordis haar beetpakt. In het 3e bedrijf beleven Hjordis en Sigurd net als Hedda en Lovborg een intiem samenzijn, waarin zij elkaar de liefde verklaren.

Een volgende aanzet tot het schrijven van Hedda Gabler was Ibsen’s ontmoeting met de achttienjarige Emilie Bordach uit Wenen in de vakantieplaats Gossensass in de zomer van 1889. Via haar persoonlijke dagboekverhalen komen wij te weten dat zij in die zomermaanden een zeer intieme band met Ibsen ontwikkelde. Zij spraken geregeld af in parken en vertoefden daar vaak hele dagen samen. Ibsen zou er zelfs aan gedacht hebben om voor deze schone jonge vrouw zijn eigen vrouw te verlaten en met haar de wereld rond te trekken, iets waar zij samen heimelijk naar verlangden. Na de zomer zag Ibsen echter van zijn plannen af. Hun leeftijdsverschil, van ruim 43 jaar, speelde hun parten en ook durfde hij zijn eigen zieke vrouw niet te verlaten. Wel onderhielden zij intensief briefcontact, waarin Ibsen schreef dat zij hem geïnspireerd had tot een nieuw stuk. Dit zou heel goed Hedda Gabler geweest kunnen zijn.

Wij kunnen zelfs uit hun intieme correspondentie opmaken dat Emilie Bordach in zekere zin model stond voor Hedda. Zo bleek niet alleen uit haar brieven dat zij dezelfde onrust bezat als Hedda, maar ook corresponderen foto’s van Emilie met Hedda. Hedda Gabler zou een portret kunnen zijn van wat er van Emilie kunnen terechtkomen binnen tien jaar, als zij niet haar eigen idealen achternaging.

Niet veel later ontmoette Ibsen nog een jonge vrouw genaamd Helen Raff. Zij was al jaren een grote bewonderaar van Ibsen, wilde hem dolgraag ontmoeten en besloot hem op te zoeken. Er wordt vaak gezegd dat Ibsen deze jeugdige vrouwen opzocht ter inspiratie voor zijn stukken.

Bij de compositie van Hedda Gabler ondervond Ibsen veel problemen. In eerste instantie is haar karakter zeer complex en vergde dit veel tijd om uit te werken, maar ook onderging hij een grote mate van zelfanalyse bij het schrijven. Zo werd wel beweerd dat Hedda Gabler een combinatie zou zijn van Emilie Bordach en hemzelf. Uit het stuk blijkt dat Hedda een grote angst voor elke vorm van lichamelijk contact heeft. Zelfs haar grote liefde Eilert Lovborg mocht haar nooit aanraken. Met dit probleem kampte Ibsen ook. Zo heeft hij Emilie Bordach, hoeveel hij haar ook liefhad, nooit aangeraakt. Ibsen weigerde zelfs ooit om zich voor een medisch onderzoek te ontkleden.

Daarnaast wordt Hedda beheerst door twee emoties: de angst voor een schandaal en de angst voor bespotting. Door deze twee angsten raakt zij verstrikt in een web waar zij nooit meer uit kan komen. Ibsen bezat ook een grote angst voor deze twee zaken. Dit is ook een van de redenen dat hij uiteindelijk niet bij zijn vrouw wegging, hoe vaak hij dit Emilie ook beloofd had. Hendrik Ibsen heeft echter nooit zichzelf op toneel in de vorm van Hedda willen zetten. Als Hedda een zelfportret zou zijn, is dit onbewust.

Het kostte Ibsen in totaal ruim drie maanden om het stuk te voltooien. Hij moest er zelfs zijn geliefde zomervakantie voor annuleren. Ibsen verkeerde, vooral in het begin van het schrijfproces, in een zwaar psychologisch blok. Zo koste het 1e bedrijf hem twee volle maanden. Toen hij eenmaal haar karakter compleet gedefinieerd had, vlotte het snel. Het 2e bedrijf kostte hem slechts negen dagen, het 3e bedrijf twaalf dagen en het vierde bedrijf niet meer dan een week. Pas op 16 november, na zes weken revisie, was Hedda Gabler klaar. Ibsen eerste publieke uitspraak over zijn nieuwe werk was:

Ik heb in dit stuk niet geprobeerd de zogenaamde problemen van de mens aan de kaak te stellen. Mijn hoofddoel was om de mens zelf te portretteren, de menselijke gemoedstoestand en het menselijke lot, zoals dat wordt bepaald door sociale omstandigheden.’

Voor Ibsen was het uitgangspunt voor Hedda Gabler de kracht van het verlangen(‘will-power’). Hij die echt iets wil bereiken, bereikt het ook. De wilskracht om je doel te bereiken is iets wat in de mens zelf zit. Alleen voor de vrouw is dit niet weggelegd, en dat is dan ook haar tragedie. Voor de vrouw bestaat er geen kans om haar verlangen te ontwikkelen, om haar doel te bereiken, zo ook niet voor Hedda. Het feit dat Hedda nooit zo zou kunnen zijn als de mannen om haar heen frustreert haar en leidt haar uiteindelijk in de dood. Emilie Bordach noteerde later in haar dagboek wat Ibsen haar over de thematiek van Hedda Gabler uitlegde:

‘Hij benadrukte in zijn brief dat de vrouwelijke wilskracht om een doel te bereiken in het bijzonder onontwikkeld blijft; wij als mens dromen van iets onbekends dat ons leven betekenis geeft. Voor de vrouw is het onmogelijk om een doel te bereiken en dit resulteert uiteindelijk in een verknipt emotioneel leven, zij zijn namelijk hun leven lang het subject van teleurstelling’.

 

Publicatie en receptie

Op 11 december 1890 lag de eerste tekstuitgave van Hedda Gabler in Noorwegen in de winkels. Het toneelwerk kreeg de slechte recensies van al Ibsen’s stukken. Zo schreef Bredo Morgenstieme in de Aftenposten:

‘Wij begrijpen Hedda niet, en we geloven ook niet in haar. Ze heeft geen enkele gelijkenis met iemand uit onze omgeving’.

De dag daarna vervolgde Alfred Sinding-Larsen in Morgenbladet:

‘Een verschrikkelijke mislukking, een monster in vrouwelijke vorm met wie geen enkele overeenkomst met het echte leven gevonden kan worden. Zij is op geen enkel vlak in staat om vreugde of bewondering op te wekken’.

Verder beschuldigde Sinding-Larsen Ibsen ervan dat hij zich aanpaste aan de Europese mode. Ibsen was typisch ‘fin de siècle. Hij had een onzinnig stuk gemaakt, dat geen enkele vorm van betekenis of realiteit bevatte.

Veel Noren waren zelfs beschaamd dat een Noor met deze tekst internationale furore maakte. Hoewel de meeste van Ibsen’s stukken over zelfzuchtige mannen gingen, ging Hedda Gabler over een zelfzuchtige vrouw en dit is juist wat men niet kon accepteren. Bij mannen leidt deze zelfzuchtigheid vaak tot roem, maar bij vrouwen is deze gedoemd te mislukken. Zo ook in Hedda Gabler.

Zelfs een van Ibsen’s bewonderaars, Gerhard Gran, vond Hedda Gabler leeg en bedrieglijk. Een personage als Hedda was volgens hem niet geschikt voor een toneelstuk. Zij zou misschien beter passen in een roman.

Het publiek kon in die tijd, zoals wij dat nu geleerd hebben, moeilijk tussen de regels door lezen. De twee redenen voor Hedda’s (literaire) falen zijn dan ook:

  1. Men had toentertijd veel moeite om de subtekst uit de dialoog te halen. In een roman werd dit opgelost door een narratieve uitleg. Maar Hedda Gabler bevatte geen zelfcommentaar, noch uitleg door andere personages, noch uitleg via een voorgeschiedenis.
  2. Daarnaast vond Ibsen een nieuwe techniek uit, iets wat overigens nu heel gewoon is. Hij maakte geen gebruik van monologen, maar liet zijn stuk louter bestaan uit korte dialogen van nooit meer dan twee zinnen. Hierdoor werd het heel levensecht, maar voor het onwennige publiek van die tijd moeilijk te volgen.

Ook kwam daar nog bij dat het stuk voor acteurs niet leuk was om te spelen, het bevatte namelijk geen grote theatrale momenten.

Er waren slechts twee positieve blikken op Hedda Gabler. De eerste was van Hendrik Jaeger in de Dagbladet:

Durf en angst zijn zo vermengd in Hedda’s karakter dat zij noch in de hemel noch tot de hel behoort, maar tot de aarde. Ze is geen duivel, maar ook geen heilige. Hedda is simpelweg een tragisch personage dat wordt vernietigd door de contrasterende eigenschappen van haar eigen karakter’.

Een tweede positieve reactie kwam van Edvard Brandes uit Denemarken. Hij vergeleek Ibsen na het lezen van Hedda Gabler zelfs met Tolstoj en Zola, en Hedda met de heldinnen uit de Russische literatuur, zoals Anna Karenina. Hedda was ijskoud, ambitieus, minachtend en verzot op spanning.

Al deze negatieve publiciteit en daarbij het ontbreken van succes in buitenlandse premières, was voor de Noren dan ook genoeg om het stuk in eerste instantie niet meteen op te voeren en te herdrukken. Pas op 25 februari van het nieuwe jaar beleefde Denemarken haar eerste première in Kopenhagen. De Scandinaviërs konden niet langer achterblijven bij de rest van Europa, waar Hedda Gabler op veel plaatsen al wel was opgevoerd, overigens met weinig succes. De voorstelling werd echter al na vijf avonden stopgezet. Ook in Noorwegen bleef het succes uit. Bergen beleefde er drie en ook in Christiana, het huidige Oslo, was er weinig enthousiasme.

 

Buitenlandse premières

De wereldpremière van Hedda Gabler op 31 januari 1891 in het Residentztheater te Munchen werd een fiasco. Ook Hendrik Ibsen zelf was niet tevreden over de enscenering. Hij vond dat Marie Ramlo de rol van Hedda veel te acclamatorisch neerzette. Ook het publiek was niet enthousiast. Ibsen leek onverschillig: ‘De mensen houden nu eenmaal van lachen’, was zijn enige reactie na afloop.

De première van Hedda Gabler in het Vaudeville Theatre in Londen op 20 april van dat jaar leidde echter tot gemengde reacties. Sommige vonden het een ‘hideous play’, anderen waren uiterst positief en konden met name veel bewondering opbrengen voor de Amerikaansen actrice Elizabeth Robins, die de rol van Hedda vertolkte. Zo schreef Bernard Shaw na afloop:

‘I never had a more tremendous sensation in a theatre than that which began when everybody saw that the pistol shot was coming at the end[…} Elizabeth, you were sympathetically unsympathetic, which was the exact solution of the central difficulty of playing Hedda’.

Ook Oscar Wilde was zeer onder de indruk: ‘I felt pity and terror at the same time as though the play had been Greek’. Daarnaast overtuigde Ibsen ook Henry James voor het eerst van zijn kwaliteiten. Hij wijdde zelfs een essay aan Hedda. Hedda Gabler presteerde zo goed in de matinee dat het stuk verplaatst werd naar de avond. Het stond vijf weken lang en werd op haar hoogtepunt afgebroken.

Op 19 februiari 1899, ruim acht jaar later ging Hedda Gabler – als eerste stuk van Ibsen- in première in Rusland met Konstantin Stanislavski als Eilert Lovborg. In de negen jaren daarna werden nog zeven andere stukken van Ibsen opgevoerd. Alleen Brand en Een vijand van het volk bleken succesvol.

Anton Chekhov hield niet van Ibsen. Hij vond hem geen goed toneelschrijver. Dit kon ook bijna niet anders met de slechte Russische vertalingen dier er in die tijd voor handen waren en de onrealistische manier waarop Ibsen in Rusland werd gespeeld.

Naast Chekhov klonk er ook nog een laatste, doch niet geheel onbelangrijk, commentaar van een collega uit de schrijvershoek; August Strindberg was ook zeer ontevreden over Hedda Gabler. Hij had altijd al een afkeer tegen Ibsen gehad, maar met Hedda Gabler was het voor hem voorgoed met Ibsen gedaan. Strindberg was er namelijk van overtuigd dat Ibsen het personage Eilert Lovborg op hem had gebaseerd en dat nam hij hem niet in dank af. Volgens Strindberg zou hij zijn personage zelfs louter hebben gevormd door roddels rondom Strindberg. Daar kwam nog bij dat hij geloofde dat Hedda Gabler een slechte versie was van de Vader (1887), met Hedda als kopie van Laura.

Ondanks al deze kritiek in Ibsen’s eigen tijd is Hedda Gabler nu, ruim een eeuw later, een van de meest geliefde en meest frequent opgevoerde stukken van Ibsen ooit en is Hedda zelf als onbetwistbare held toch nog goed terecht gekomen.